Overslaan naar hoofdinhoud

De Zijdelingse Draad

Sophie bewoog zich gehaast door de nauwe straatjes, met de onafgemaakte mantel stevig onder haar arm geklemd. De klant zou elk moment kunnen arriveren, en ze miste nog steeds cruciale onderdelen om het kledingstuk af te maken. Sophies ogen schoten van stalletje naar stalletje, op zoek naar een bundeltje muskusoswol voor de binnenvoering, lederen accenten die nog moesten worden aangebracht en de laatste knopen voor de mouwen. 

“Hey Sophie, weer op zoek naar een kraag voor een van die mantels van je?” riep een marktkoopman, zwaaiend met een harige pels in zijn hand. Sophie wierp slechts een snelle blik in zijn richting en knikte vluchtig, haar gedachten al bij het volgende item dat ze nodig had.

“Of wellicht iets eleganters voor de verfijnde heren en dames onder ons?” vervolgde hij, hopend haar aandacht te trekken. “Nee, die pels is al goed genoeg,” antwoordde Sophie, die al verder was gegaan, haar ogen gericht op de accessoires die ze nog moest vinden. 

Plotseling greep een oudere vrouw haar bij de arm en trok haar naar een stapel textiel die zorgvuldig was opgestapeld. “Ik heb net nieuwe stoffen binnen, heerlijk zacht!” zei de vrouw, terwijl ze de fluwelen stof langs Sophies wang liet glijden. Sophie rukte zich los, haar hart bonkend in haar borst. “Niet nu,” zei ze kortaf. Ze moest verder, maar de vrouw hield haar vast en duwde een paar lappen in haar handen.

“Ik heb echt geen tijd,” mompelde Sophie, die toch nog even de stoffen vluchtig door haar vingers liet glijden. Haar creativiteit begon alweer te borrelen. 

“Blijf nog even zitten, ik heb thee en koekjes voor je,” zei de vrouw terwijl ze Sophie met de lekkernijen probeerde te verleiden. Sophie voelde de tijd wegtikken en wurmde zich uit de krakende stoel die de vrouw onder haar had geschoven. “Een andere keer,” riep ze, terwijl ze zich losmaakte en snel verder liep.” 

Bij elk stalletje waar ze stopte, probeerden de verkopers haar op te houden met praatjes en overbodige aanbiedingen. Een man probeerde haar een leren lap aan te smeren die ze helemaal niet nodig had, en een ander bedolf haar onder fluwelen stoffen. 

Uiteindelijk, buiten adem en met een arm vol spullen, zag ze de perfecte knopen glinsteren. 

Zonder aarzeling greep ze snel haar benodigdheden en betaalde vlot. Zodra ze zich weer tussen de mensenmassa begaf, voelde ze een ongemakkelijke spanning in de lucht. Deze keer waren het niet de gretige handelaren die haar in de gaten hielden, dit was duidelijk iets anders.

In de drukte botste ze bijna tegen een wachter op. Zijn donkere leren harnas, bedekt met een sierlijk wit gewaad maakte zijn gestalte extra indrukwekkend. Sophie hield haar adem in en haar hartslag versnelde. De grote stapel spullen in haar armen, haar gehaaste gedrag, en de marktkooplieden die haar voortdurend nariepen, maakten het niet gek dat de wachter haar nu op de hielen zat. Zijn stappen versnelden, zijn ogen strak op haar gericht. Ook al had ze niets verkeerds gedaan, ze wist dat er geen tijd was om hem dit uit te leggen. Paniekerig keek ze over haar schouder, wachtend op het juiste moment. Een vrouw die haar kar door de straten duwde, bood haar de perfecte kans. Sophie dook er achterlangs, zigzagde tussen de mensen door en verdween in een van de vele smalle straatjes.

“Zo te zien heb je het weer overleefd,” zei de jongen terwijl hij uit zijn kar kroop. Bij het zien van een potentiële klant herstelde hij direct zijn luie houding. Sophie wierp een snelle blik over haar schouder om te zien of de wachter haar nog steeds volgde. Pas nadat ze zich ervan had verzekerd dat het veilig was, hurkte ze neer en inspecteerde de vele gekleurde rollen draad die op een kleed waren uitgestald. De jongen leunde nonchalant tegen de kar, zijn armen over elkaar geslagen, terwijl hij toekeek hoe ze de draden zorgvuldig uittrok en inspecteerde. Haar wangen begonnen te gloeien door de muffe geur die vrijkwam, een geur die verrassend veel leek op die van Tristan. Het was niet overweldigend of onprettig; het voelde juist vertrouwd. “Deze, alsjeblieft,” zei ze wat voorzichtig toen ze zonder oogcontact te maken juist die rollen met zijn geur aanreikte. 

“Dat is niets voor jou, het heeft geen kleur. Bovendien is het een verschrikkelijk ruw koord, meer geschikt voor de wildere vormen van magie. Deze gladde draden geleiden aanzienlijk beter en zijn daarom gebruikelijker. Waarom neem je die niet?”

“Da-dat maakt me niet uit,” zei ze stotterend. Ze reikte hem nog een paar rollen aan, legde haar geldbuidel erbij en hoopte dat hij een eerlijk voorstel zou doen. “Ach, je blijft me verbazen,” zei hij en viste de helft van de munten eruit om haar de rest weer terug te geven. “Ik hoop niet dat je dit bij iedereen doet, hier op de markt maken ze daar echt misbruik van.”

“Dank je, Tristan,” zei ze zachtjes, terwijl haar blik naar de grond afgleed en ze nerveus aan de randen van de rollen friemelde. De gedachte om zijn geur bij zich te dragen deed haar handen trillen. Plotseling merkte ze een schaduw boven zich opdoemen en hoorde ze een zware adem in haar nek. “Jij komt met mij mee,” zei hij zonder enige uitleg of aarzeling. De wachter had haar gevonden. Hij was er duidelijk van overtuigd dat hij een dief te pakken had en greep haar bij de arm. Sophie verstijfde, en in haar paniek liet ze alle materialen die ze net zo zorgvuldig had verzameld, uit haar handen vallen. De mantel, de wol, de knopen, alles viel op de grond. Op dat moment sprong Tristan tussen hen in. Hij probeerde de wachter weg te duwen, met als resultaat dat de wachter stevig op zijn plaats bleef staan, alsof hij tegen een muur botste. 

“Kijk hier,” zei Tristan snel. Hij hield de mantel omhoog en duwde de initialen onder de neus van de wachter. “Ik hoef jou toch niet te vertellen van wie deze is?”

De wachter trok de mantel uit Tristans handen en staarde naar de initialen. “Dit is… dit is van…”

“Inderdaad,” onderbrak Tristan hem, “en jij wilt vast niet die ene wachter zijn die ervoor zorgt dat deze speciale order te laat aankomt. Jij zou als geen ander moeten weten hoe dat zou kunnen eindigen.”

De wachter slikte en stapte eindelijk van zijn plek, de dreiging van Tristan nog in zijn hoofd. “Je hebt deze gestolen,” mompelde hij, zijn eerdere zelfverzekerdheid verdwenen.

Tristan legde geruststellend een hand op Sophies hoofd. De aanraking deed haar opnieuw verstijven, waardoor de spullen die ze net weer had opgepakt op de grond vielen. “Geloof je echt dat deze dame het lef heeft, of dat ze zo’n confrontatie kan overleven?” zei hij scherp.

De wachter duwde haastig de mantel terug tegen Tristans borst en mompelde: “Ik, ik uh… ik hoor iemand die mij nodig heeft.” Zonder nog een blik te werpen, maakte hij zich snel uit de voeten.

Tristan keek met een mengeling van bewondering en ongeloof toe hoe Sophie, ondanks de heftige aanvaring met de wachter, haar naald en draad oppakte. Alsof er niets was gebeurd, werkte ze rustig verder aan de mantel. Bij de laatste steek en het vastzetten van een klein knoopje aan de mouw zat alles precies zoals het moest. “Ik moet dit ding snel afleveren,” zei Sophie, stopte even en keek naar de rollen die ze eigenlijk mee had willen nemen. Tristan, verkoop die rollen niet, die zijn voor mij,” voegde ze eraan toe, verbaasd over haar eigen strenge toon. Ze wachtte even terwijl Tristan de rollen veilig opzij legde. Sophie zuchtte, nog steeds lichtelijk gespannen door de aanvaring met de wachter, maar vastberaden om verder te gaan. Ze wierp Tristan een korte, geruststellende glimlach toe en mengde zich vervolgens in de drukte van de hoofdstraat.

Volledig buiten adem kwam Sophie terug in het atelier van haar vader. Ze klopte snel het stof van haar kleding en zette beheerst enkele stappen richting hem, alsof ze al die tijd rustig op zijn teken had gewacht. Haar vader knipoogde naar haar terwijl de mantel achter hem werd neergelegd. De dame, die duidelijk ongeduldig was na het lange wachten, kon haar onrust niet verbergen: haar vingers trommelden ritmisch op de balie, haar ogen gleden voortdurend naar de klok en haar hakken tikten onafgebroken op de stenen vloer.

Met een hoffelijke buiging overhandigde haar vader de mantel. Voordat de vrouw het kledingstuk accepteerde, trok ze eerst haar oude mantel uit en liet deze nonchalant over Sophies hoofd vallen die het net wilde aanpakken.

“Wat vindt u van het materiaal?” vroeg haar vader beleefd, terwijl hij de vrouw hielp in de nieuwe jas te glijden. Sophie kroop half onder de zwaar geparfumeerde mantel vandaan en keek verbaasd op, haar wilde lokken zwevend voor haar gezicht. 

In het atelier ontstond een statische gloed, met kleine bliksempjes die door de kleding van de vrouw flitsten. Met een simpele knip van haar vingers verdwenen alle effecten spontaan. “Het voldoet, voor nu.” Ze draaide zich om en verliet het atelier even snel als ze gekomen was, zonder ook maar te betalen.

Haar vader merkte de bedroefde blik van Sophie op en streek haar haren weer in model. “Je moeder is druk, vergeef het haar,” zei hij zachtjes.

Ze trok een losse draad van haar mouw en vroeg: “Pa, hoe komt het dat oma en ma wel magie kunnen gebruiken en wij niet? Zelfs mijn broertje,” mompelde ze er zachtjes achteraan. Haar vader omhelsde haar liefdevol en hield haar stevig vast totdat de stilte werd doorbroken door het gekraak van de stronk in de haard. “Ik kan het gewoon niet begrijpen dat ze bij ons weggegaan is,” zei ze met een schorre stem, de tranen stroomden ongecontroleerd over haar wangen. Met een lege blik keek ze toe hoe de houtsnippers om het vuur dwarrelden. Haar vader keek diep in de ijsblauwe ogen van zijn dochter en zei: “Soms lopen dingen in het leven anders dan verwacht, maar dat wil niet meteen zeggen dat ze niet meer van je houdt.” 

“En hoe zit het met jou, pa? Hou je nog steeds van ma?” Hij glimlachte door de onverwachte vraag. “Nog net zoveel als vroeger.” Met een liefdevolle blik veegde hij de tranen van zijn dochter weg met zijn zakdoek. “Lieverd, maak je geen zorgen over je moeder of die stomme magie. Jij hebt net als ik: een ongekende creativiteit,” zei haar vader met enige trots.

“Nou, ik had liever nog steeds magie gehad. Ik snap nog steeds niet waarom jij van alles wat je kan maken uiteindelijk nog steeds die mantels maakt. Had jij niet juist een hekel aan magie omdat ma is weggegaan?” Eindelijk werd hem de vraag gesteld waar hij al die tijd over had nagedacht.

“Ja, dat is een goede vraag. Ook al schrijf ik veel liever verhalen,” Hij hield de oude mantel van haar moeder omhoog. “Deze worden tenminste nog gedragen,” voegde hij toe met een zucht van zelfspot. “Ik kan niet zonder ze. Elke steek die ik nu zet, prikt me in de vinger. Zelfs als mijn hart niet ligt in mijn creaties, is deze beland bij het mooiste meesterwerk dat ik ooit in samenwerking heb gemaakt, en dat ben jij.” Een verlegen glimlach leek achter haar teleurgestelde blik tevoorschijn te komen.

“En jouw creaties zijn net als mijn verhalen die ik veel liever schrijf. Je brengt tal van interessante dingen bij elkaar en probeert het samen te brengen tot een mooi geheel.” 

Met een vastberaden blik in haar ogen trok ze haar neus hoog op. “Ik zal ma laten zien dat ik onze familie weer kan samenbrengen, met of zonder magie!”

“Ik ben benieuwd,” zei haar vader, die haar zachtjes in haar wang kneep. De ondeugende twinkeling in haar ogen zei hem al genoeg. Hij trok een paar laatjes open bij de balie, rommelde even, en haalde er wat laatste muntstukken uit die hij haar overhandigde. “Koop er maar iets lekkers van.”

“Pa, ik weet dat we hier niet het geld voor hebben.”

Hij streek met zijn hand over haar hoofd. “Het is al goed, je hebt het verdiend.”

Ze knikte en liet het belletje van de deur zachtjes rinkelen bij haar vertrek uit het atelier. In plaats van terug te gaan naar de drukke markt waar ze de materialen voor de mantel had gehaald, sloeg ze nu een andere richting in, de meer rustige kant van de stad. Hoewel de geur van versgebakken koekjes en taarten overal om haar heen hing, werd Sophie vooral onweerstaanbaar aangetrokken door het aroma van chocolade. 

“Ah, ik zie dat jouw scherpe neus je weer naar mijn beste selectie heeft geleid,” zei de chocolatier met een brede glimlach, terwijl hij speels aan zijn snor draaide. “Menig magiër zou flink uitdijen als ze zouden eten zoals jij,” vervolgde hij met een grijns, altijd al vermoedend dat Sophie een magiër was. Hij wist namelijk dat magie vaak een onbedwingbare trek in zoetigheid veroorzaakte bij degenen die het beoefenden. 

Sophie voelde zich gevleid door zijn vermoeden en zag geen reden om hem hierin te verbeteren. Ze vulde het kleine doosje zorgvuldig, zodat ze nog wat geld overhield, en begaf zich vervolgens naar een schaduwrijk plekje onder een boom in het park. Ze genoot rustig van haar lekkernijen en hield ondertussen de drukke menigte in de gaten. Vanuit haar strategische positie zag ze haar broertje Lucas opduiken, gehuld in een mantel die ze zelf had gemaakt. Het was meteen duidelijk dat hij een magiër was: de mensen deinsden terug, angstig voor de macht die hij uitstraalde.

Ze stopte snel het doosje met lekkers weg en zette een sprint in, vastbesloten hem in te halen. Ze bereikte hem in een stille zijstraat en tikte hem op de schouder. Lucas draaide zich om, zijn gezicht vertrok alsof iets smerigs hem had aangeraakt.

“Lu-Lucas,” stamelde Sophie. “De mantel staat je echt geweldig!” 

“Iets wat jij nooit zal dragen,” zei hij met een spottende toon. Hij keek haar kort aan, zijn blik rustte even op haar trui.

Sophie deed een poging om de spanning weg te nemen. “Nou, het zou helpen als je me zou kunnen vertellen hoe je die lichtstralen maakt.”

Lucas’ ogen vernauwden zich tot spleetjes. “En waarom zou ik dat doen? Het maakt toch niets uit.”

“Lucas, we zijn familie,” drong Sophie aan, haar stem vol hoop.

Een kwaadaardige grijns kroop over zijn gezicht, en met een gebaar nodigde hij haar uit dichterbij te komen.

“Al goed,” zei hij langzaam, terwijl kleine vonken om zijn hand begonnen te flitsen. “Raak maar aan, als je durft.”

Sophie voelde meteen dat er iets niet klopte en stapte instinctief achteruit. “Waarom zou ik het je vertellen als ik het ook gewoon kan laten zien?” Lucas liet zijn hand gevaarlijk dicht bij haar komen, waarna de vonken als ongecontroleerde bliksemflitsen op haar afschoten.

“Auw! Hou op, Lucas, je hoort je familie geen pijn te doen!” riep Sophie uit toen de vonken haar huid raakten en haar kleding begonnen te schroeien.

“Onze moeder heeft voor ons gekozen, niet voor jullie magieloze nietsnutten.” Door zijn hand steeds dichterbij te brengen dwong hij Sophie verder naar achteren. 

De magische stralen leken onweerstaanbaar aangetrokken door haar trui. Ze werden opgezogen door het materiaal en lieten het gloeien alsof het de energie absorbeerde. De warmte verspreidde zich over haar lichaam, zonder dezelfde scherpe prikkeling te veroorzaken als de andere plekken die de aanvallen hadden geraakt. Paniekerig graaide ze het doosje chocolade uit haar zak en probeerde het af te schermen. Het was al te laat. De inhoud was volledig gesmolten. Lucas sloeg het doosje uit haar handen en trapte erop. De gesmolten chocolade sijpelde door de groeven van zijn schoenzool.

Met een opkomende woede voelde ze haar hele lichaam verkrampen, terwijl haar haren langzaam overeind rezen. Het was hetzelfde gevoel als in hun atelier, maar deze keer kwam het statische veld niet van haar moeder, het kwam van haar! De lucht om haar heen kwam in beweging en de eerder onschuldige vonkjes begonnen uit te groeien tot grotere, dreigende bliksemschichten. Sophies tranen droogden spontaan op. Ze staarde met grote ogen naar haar handen, dit was echt, dit was haar magie!

Met een ruwe beweging wreef ze haar gezicht schoon. Lucas was gestopt met bekogelen. Hij staarde naar haar met een blik van pure angst. De energie die om haar heen danste, was intenser dan hij ooit had kunnen opbrengen. Op het punt dat ze zich wilde herstellen en de schroeiplekken op haar kleding wilde doven, raakte ze haar trui aan. De kleine vonkjes bij haar handen flitsten fel op en groeiden razendsnel uit tot enorme, knetterende bliksemschichten die zich met donderend geweld in de aangrenzende muur boorden. De stralen kronkelden als opgezwollen aders, schoten alle kanten op en een ervan flitste recht op Lucas af. Hij hapte naar adem en viel achterover, net op tijd om te zien hoe de straal vlak voor hem tot stilstand kwam en de grond voor hem in tweeën spleet. 

Lucas werd lijkbleek bij het zien van de muur die door de straal was geraakt en plotseling begon in te storten. Sophie staarde verbijsterd naar het tafereel. Had zij dit gedaan? Bezit ze nu echt magie? Lucas slaakte een luide kreet en barstte in tranen, verlamd door paniek. Zonder aarzeling, net zoals haar vader altijd bij haar deed, liep Sophie naar Lucas toe en sloeg haar armen om hem heen. Hoewel hij vaak ongelofelijk vervelend was, bleef hij altijd haar broertje.

“Lucas, bedankt voor je magieles,” zei ze met sarcasme. Haar omhelzing was allesbehalve krachtig of kwaadaardig bedoeld, en toch trok ze blijkbaar al het leven uit Lucas. De straaltjes magie die om haar heen knetterden, werden nog steeds aangetrokken tot haar trui. Het garen in de stof begon te glanzen met een donkerblauwe gloed, die zich in golvende bewegingen over de stof verspreidde. De glans dimde geleidelijk naarmate het zijn pad vervolgde, en daarmee verdween ook het statische veld om hen heen.

“Wat is hier gebeurd!” schreeuwde een groep wachters die op de herrie was afgekomen. Ze blokkeerden de toegang tot de straat, controleerden op verdere gewonden en onderzochten het enorme gat in de muur. 

“Ik heb echt geen idee!” zei Sophie geschokt, met Lucas in haar armen, die nu bewusteloos leek te zijn.

Op dat moment viel haar blik op een nieuwe wachter die het toneel betrad. Zijn verschijning trok onmiddellijk de aandacht. Zijn witte mantel, rijk aan plooien en versierd met ingewikkelde patronen, straalde macht uit. Het was duidelijk dat deze wachter een hogere autoriteit had.

“Jij daar, wat is hier aan de hand?” vroeg de wachter, die duidelijk de commandant was. Sophie opende haar mond om te antwoorden, alleen om haar woorden in te slikken. Hij zakte door zijn knieën om op gelijke hoogte te komen en reikte met zijn hand naar haar pols. Op het moment dat zijn vingers haar aanraakten, begon haar huid te tintelen en schoten de haartjes over haar hele lichaam omhoog. Met zorgvuldige en systematische bewegingen drukte hij op een paar punten op haar schouders en nek en fronste hij onbegrijpelijk na het herhalen van dezelfde handelingen bij haar broertje.

“Jullie hebben geen interne schade en geen spoor van magie,” constateerde hij na de inspectie. “Hebben jullie enig idee hoe dit is gebeurd?”

Sophie, overweldigd door de ernst van de situatie, staarde naar de schade en schudde haar hoofd. “Ik weet het niet. Alles gebeurde zo snel…”

Haar gedachten raasden door haar hoofd. Waarom had hij gezegd dat ze geen magie bezaten? Iedereen wist toch dat haar broertje dat wel kon; hij droeg niet voor niets een mantel. Wat betekende dat voor haar? Aangezien zij die muur vernietigd had. 

Zonder zijn blik van haar af te wenden, leunde de wachter iets naar voren. Zijn woorden klonken als een bevel: “Wie ben je, en waarom ben je hier?”

Sophie slikte; toch klonk haar stem stevig, met een vleugje trots. “Ik ben Sophie, de dochter van de eigenaar van ‘De Zijdelingse Draad’ Atelier. Wij maken de mantels voor de grote magiërs.” 

Zijn wenkbrauw schoot omhoog, duidelijk sceptisch. Voordat hij haar verder kon ondervragen, stapte een andere wachter naar voren. Het was de man die haar eerder samen met Tristan had aangesproken. Met een licht trillende stem zei hij: “Deze dame… ik zag haar eerder bezig met de mantel van… de grootmeesteres. Ze is echt wie ze zegt dat ze is.”

De commandant, die Sophie scherp in de gaten hield, liet zijn blik even naar zijn ondergeschikte glijden en richtte zich daarna weer op haar. Na een korte overweging leek hij de woorden van de man te accepteren en liet hij haar pols los.

Sophie knielde onmiddellijk bij haar broertje neer en tilde zijn levenloze hand op. “U kunt mijn broertje altijd ondervragen, al zou hij wel wat aandacht kunnen gebruiken,” zei ze met een ongemakkelijk lachje.

Zacht gekletter klonk van de maliënkolder van de commandant, die zich over Lucas boog. Sophie greep direct de kans om nog snel iets te vragen. “Mag ik gaan? Ik was bezig met een belangrijke opdracht voor ons atelier,” loog ze.

De commandant knikte instemmend, al leek hij verontwaardigd over hoe snel ze verdween.

Sophie rende met al haar kracht, haar lichaam trillend van de spanning. Het belletje van hun atelier had nog nauwelijks gerinkeld of ze stormde al de trap op. 

“Sophie! “Wat is er gebeurd?” riep haar vader geschrokken uit, waarbij hij de speld uit zijn mond liet vallen bij het zien van alle schroeiplekken. De klant, van wie hij zojuist de maten had opgenomen, raakte volledig van streek bij het zien van het meetlint dat in haar handen werd gedrukt. Haar vader wilde Sophie achterna gaan, maar stopte halverwege. Eerst begeleidde hij de wat gezette vrouw naar buiten en sloot vervolgens de deur met een ferme klap achter haar dicht. Met een paar stevige klikken werd de deur vergrendeld en zwaaide het bordje ‘gesloten’ voor haar neus heen en weer. Met een verontwaardigde zwaai sloeg de vrouw haar sjaal om haar nek en liet een geluid van ongenoegen ontsnappen. Het was wel duidelijk dat deze vrouw nooit meer zou terugkomen. Wat kon Sophies vader zijn reputatie schelen, of het verloren geld? Hoewel hij het goed kon gebruiken, was het onzeker of deze klant überhaupt zijn rekening zou betalen. Zijn dochter, altijd levendig en vrolijk, oogde verslagen en gehuld in vodden. Hij klopte voorzichtig op haar deur, maar er kwam geen reactie. Met een zachte kuch probeerde hij haar kalm toe te spreken. “Uh, Sophie, is alles in orde daarbinnen?” Hij bleef nog een paar keer zachtjes kloppen, rustig en beheerst. Plotseling werd hij opgeschrikt door een paar luide dreunen die zijn lichte geklop overstemden. Zijn hart bonkte in zijn keel bij het onverwachte gedonder en lawaai dat van onder aan de trap uit zijn atelier kwam. “Sophie,” zei haar vader, zijn vinger naar haar deur wijzend om zichzelf een momentje te geven. “Normaal gesproken zou ik bij je blijven, echter er gebeurt iets vreemds daar beneden,” sprak hij, langzaam de trap aflopend. Zijn ogen vielen op de gestalte van een man in een donkere mantel, die hem direct bekend voorkwam; hij had die mantel zelf gemaakt.

“Hier komen, jullie allebei,” dreigde de indringer, met een knetterende bliksemschok die insloeg op het houten leuningwerk.

“Ik ben er al, Peroska. Rustig aan,” sprak Sophies vader met opgeheven handen. Hij was duidelijk niet onder de indruk, aangezien hij door zijn ex-vrouw al meer dan genoeg ervaring had opgedaan met dit soort gespannen situaties.

“Wat heeft die verdomde dochter van je gedaan met mijn Lucas? Hij is besmet met jullie armzalige virus!”

Sophies vader doofde de vonkjes die om hem heen insloegen en reageerde rustig. “Waar heb je het over?”

“Lucas is nu net als jullie, magieloos. Vertel op, wat heeft die pest van een dochter van je met hem gedaan?”

De woede werd te veel en nam bij Peroska de overhand. Een kleine bal ontstond in het midden van het atelier, zo klein als een blauwe bes, en ontplofte met een flits in de lucht. De paspoppen, kledingrekken en kasten, vol met rollen draad en doeken, stortten in elkaar door een golf van vernietiging die zich door het atelier verspreidde.

Vele schokken sprongen uit Peroska’s vingertoppen. De stoffen die werden geraakt, begonnen direct te schroeien als hete kolen, gevolgd door pluimpjes rook. Peroska was zo gefocust op zijn verwoesting dat hij de vader van Sophie uit het oog verloren had. Hierdoor wist haar vader, gewapend met een paspop, de indringer vol op zijn achterhoofd te raken. 

Sophie keek vanuit de trap toe hoe de ledematen van de paspop in het rond vlogen. Werkelijk alles wat haar vader wist te grijpen, gooide hij op Peroska af. Hij was de vader van Lucas, en voor Sophie enkel haar stiefvader, de indringer in hun familie en nu hun huis. Het leek te werken. Tollend op zijn benen probeerde Peroska terug te vechten maar kreeg geen kans meer om zijn magie los te laten.

Sophie sloot haar ogen en probeerde zich precies te herinneren wat er met Lucas was gebeurd. Dit was haar kans om haar vader, het atelier en alle kledingstukken waar ze zo hard aan had gewerkt te redden. Met een zucht opende ze haar ogen en strekte haar hand naar voren, haar vingers gespreid zoals ze Lucas had zien doen. Tot haar frustratie gebeurde er niets, zelfs geen zuchtje wind. Ze bleef het proberen, boog door haar benen en maakte sprongetjes, zonder ook maar een enkele reactie.

 “Je zult nog van me horen!” zei Peroska, terwijl hij herhaaldelijk hard op zijn hoofd werd geslagen door de arm van een van de paspoppen. Zijn hoed deukte nog dieper in. “En blijf weg bij mijn Lucas!” Hij greep snel zijn handschoenen van de grond, kreeg nog een trap tegen zijn achterste en stormde het atelier uit.

Sophie voelde een rilling over haar rug lopen toen haar vader zijn keel schraapte en het laatste verschroeide kledingstuk in een emmer water onderdompelde. 

“Nou, Sophie,” zei haar vader, zijn blik gericht op het dressoir waar ze zich achter had verscholen. “Een kleine verklaring lijkt me wel op zijn plaats.”

“Pa, ik weet echt niet wat er gebeurde! Ik ben gewoon opgelucht dat Lucas het heeft overleefd.”

“Je uitleg maakt de situatie niet bepaald beter, Sophie,” zei haar vader met een steeds dieper wordende frons. 

“Pa, ik denk dat ik magie heb. Net als ma!” Zijn gezicht vertrok van bezorgdheid over het dreigende verlies van zijn dochter. Sophie merkte de verandering op, kwam achter haar schuilplaats vandaan en sprong in de armen van haar vader. “Ik zou je nooit alleen laten. Maar nu, met magie, kan ik misschien…”

Haar vader kapte haar af. “Kun je stoppen met die wilde ideeën van je? Magie ontwaakt bij de geboorte, en die van jou is al eventjes geleden.”

Beiden keken op toen er opnieuw op de deur werd geslagen. Sophies vader zuchtte en aaide over haar kruin. “Wat krijgen we nu weer,” mompelde hij voordat hij naar de deur liep. Sophie zag hoe hij de wachters buiten hield, vastbesloten om hun familiezaken niet publiekelijk te bespreken.

Sophies aandacht werd getrokken naar een rol stof naast haar. In de as-bedekte duisternis zag ze iets glimmen. Donkerblauwe vonken dansten door de draden. Ze pakte het voorzichtig op, en een kleine elektrische schok deed haar huiveren. Dit was hetzelfde als wat er met Lucas was gebeurd, het was niet haar magie, maar die van het draad.

Die nacht lag Sophie wakker met de magische rol in haar handen. Experimenterend merkte ze dat de stroom sterker werd naarmate ze er meer druk op uitoefende. Het licht dat bij haar proeven de kamer vulde, deed haar denken aan haar moeder. Ze zou geen antwoorden krijgen van haar of andere magiërs, aangezien die hun kennis voor zichzelf hielden. Het ontrafelen van dit geheim lag volledig in haar eigen handen. Gefrustreerd pakte ze haar geschroeide trui en herstelde die met het magische draad. Tegen de ochtend was ze klaar.

“Zo, volgens mij is iemand vroeg uit de veren,” zei Tristan met een speelse knipoog toen hij de vermoeide Sophie zag naderen.

“Dit draad,” begon Sophie, en ze reikte hem de bijna lege klos aan. “Heb je daar nog meer van?”

Tristan wilde de klos nader bekijken, waarop Sophie het abrupt terugtrok. Ze voelde zich na die nacht verbonden met het draad en wilde het eigenlijk niet afstaan. “Rustig, ik ben allang blij dat ik van die dingen af ben,” zei Tristan luchtig. Hij opende het zeil van zijn kar om naar de bodem te graaien.

Hij haalde vijf identieke rollen tevoorschijn en legde ze voor haar neer.

“De magiërs die het gebruikten voor hun mantels, zeiden dat hun magie niet meer werkte. Ze begonnen me te beschuldigen van oplichting en hebben me uit de vorige stad verjaagd.”

Sophie schudde haar hoofd lichtjes. “En je dacht: laat ik het gewoon aan haar verkopen?”

Tristan lachte en haalde zijn schouders op. “Zoiets.”

Sophie staarde hem aan. Het was duidelijk dat ze er niet boos om kon worden. Dit draad was haar sleutel naar magie, en daarnaast was het nog een extra reden om hem te zien. Ze reikte naar haar buidel en realiseerde zich toen dat ze geen muntstukken bij zich had. Sophie wierp hem een verontschuldigende blik toe.

Tristan sloeg zijn armen over elkaar en observeerde haar geamuseerd. “Chocoladeverslaafde…” plaagde hij zachtjes, omdat hij inmiddels wel wist waar het geld aan uitgegeven was.

“Kan ik je later terugbetalen? Het is niet alsof mensen hierop staan te wachten,” antwoordde ze, want het overgebleven geld van gisteren had ze teruggegeven aan haar vader.

Tristan keek haar even aan, zijn ogen vriendelijk en zacht. “En bedankt. Je kunt ze anders ook ruilen voor die rollen die ik voor je had achtergelaten.”

“Nee, die wil ik nog,” reageerde Sophie snel. Haar hand schoot omhoog naar haar mond, geschrokken van haar eigen haastige reactie.

Tristan wendde zijn blik van haar af. “Wat dacht je van een ruil voor wat zelfgemaakte winterkleding?” Stelde hij voor met een bijna onhoorbare stem, haast verlegen.

Sophies hart maakte een sprongetje. De gedachte aan iets voor hem maken deed haar wangen gloeien. Ze knikte snel, haar woorden kortaf uit pure zenuwen. “Oké.” Ze draaide zich snel om en liep weg, met een laatste blik naar Tristan, die met zijn handen in het haar naar de overgebleven rollen keek.

Hoewel ze nu extra rollen draad had, hadden deze nog geen magie geabsorbeerd. Met het restje van de klos uit haar aanvaring met Peroska begon Sophie in haar kamer aan een experiment. Ze maakte een handschoen, trok hem aan en drukte haar vingers stevig tegen elkaar. Bij elke knip sprankelde het, wat bewees dat het werkte: hoe meer kracht ze zette, hoe groter de vonk. Alleen, hoe kon ze die magie richten?

Ze probeerde het keer op keer, totdat de vingertoppen van de handschoen in een blauwe mist verdwenen en het draad letterlijk verdampte door gebruik. Hoewel het niet bepaald praktisch was, kon ze altijd iemand vastgrijpen en een heftige schok overbrengen. Na het herstellen van de handschoen met het nieuwe koord van Tristan bleek het oude trucje niet meer te werken. Sophies schouders zakten. Het enige wat ze nog had, was het opgeladen draad in haar trui. Dit hield in dat ze alles uit elkaar zou moeten halen. Gefrustreerd tikte ze met haar vingers op haar buik. Tot haar verbazing ontsnapten er kleine stroompjes door het getik, rechtstreeks van haar trui naar de handschoen. Een idee begon in haar hoofd vorm te krijgen, het was eentje die zomaar eens kon werken.

Op de werktafel van haar vader opende ze zijn klantenboeken, dikke ledgers waarin de namen en adressen van alle magiërs stonden die ooit iets bij hen hadden gekocht. Haar vader had haar verteld dat hij een krulletje zette achter de namen van degenen die hadden betaald. Ze bladerde snel door de pagina’s en voelde haar hart sneller kloppen bij het zien van haar vermoeden: slechts een enkeling had tot op heden betaald, ondanks de bekendheid van hun atelier. Het leek erop dat de magiërs dachten dat ze hier voor het goede doel werkten. Sophie wist dat haar vader niets kon doen tegen hen, gezien hun overweldigende macht. Ze zouden hem zonder pardon kunnen vernietigen als hij iets verkeerds zei.

Sophie gleed met haar vinger langs de namen en stopte bij de grootste wanbetalers. De grijns die op haar gezicht verscheen, zette haar meteen in actie. Ze maakte tal van verschillende armbanden, elk met precies evenveel draad. Hiermee zou ze hun eigen trots tegen hen gebruiken en ervoor zorgen dat deze magiërs zo snel mogelijk zouden betalen.

“Kronkelweg 37,” mompelde Sophie en klopte op de voordeur. 

“Wat moet dat zo laat?” gromde een oude man, die de deur op een kier opende. Bij het zien van Sophies onschuldige blik trok hij de deur volledig open. Verbaasd nam hij de armband aan die Sophie hem overhandigde. “Zeer fraai gemaakt,” zei hij en pakte zijn bril van zijn nek om deze op het puntje van zijn neus te zetten. 

“Het is een attentie van ons atelier ‘De Zijdelingse Draad’, enkel en alleen voor de machtigste magiërs,” legde Sophie uit.

De oude man wreef nadenkend over zijn kin, en de kuiltjes in zijn wangen trokken strak. “Ach ja, het verbaast me niet dat zelfs iemand van jouw komaf heeft gehoord van mijn ongeëvenaarde prestaties.”

“Precies, en juist die prestaties brengen wij bij alle magiërs in kaart. Ons atelier beheert tegenwoordig een ranglijst,” vervolgde Sophie en liet haar vinger richting de armband gaan, die de magiër grondig inspecteerde. “Hiermee kunnen wij precies bepalen hoe ver u boven de rest uitstijgt. Want ik verwacht persoonlijk dat u zeer hoog zal eindigen.”

Zijn aanvankelijk norse houding smolt langzaam weg en maakte plaats voor interesse.

“Er is slechts één klein detail,” ging Sophie verder. “Pas als de kosten van uw aankopen bij ons volledig zijn voldaan, kunnen wij u opnemen in de ranglijst. Maar voor een man van uw status is dat natuurlijk vanzelfsprekend. Dit is slechts een barrière om de minderen van de echt machtigen te scheiden. Iets wat bij u eigenlijk geen uitleg behoeft.”

De man kuchte, knipperde een paar keer overdreven met zijn ogen, en zei: “Natuurlijk, een uitstekende en rechtvaardige regel. Maar hoe wordt die lijst precies samengesteld?”

“Het idee is simpel: draag de armband zo vaak mogelijk. Hij meet uw magische kracht en zal bij de bevestigingspunten breken wanneer u hem omdoet, zodra uw kracht een bepaalde drempel overschrijdt. Het is dan van belang dat u zo snel mogelijk terugkeert naar ons atelier om de gemeten waardes te registreren.”

“Juist ja, klinkt inderdaad zeer logisch,” zei de man, al was aan zijn gezicht duidelijk te zien dat hij het niet helemaal begreep. “Maar wie houdt hier toezicht op?”

“De grootmeesteres, natuurlijk!” loog Sophie met zoveel overtuiging dat ze het bijna zelf geloofde.

De man leek het te slikken. “Hij koos direct een armband uit de koffer die Sophie had meegebracht en maakte een hoffelijke buiging. De deur sloot hij achter zich, en Sophie hoorde hem nog triomfantelijk mompelen: “Een ranglijst, samen met de grootmeesteres!” 

Sophie bezocht die avond meerdere adressen met dezelfde aanpak. Het was dan ook geen verrassing dat de volgende ochtend al verschillende klanten voor de deur van het atelier stonden te wachten. En deze keer kwamen ze niet voor een nieuwe mantel.

“Mijn oprechte excuses voor de late betaling. Hier, wat extra’s voor het ongemak.”

“Hier is een kleine fooi voor de prachtige mantel die u voor me heeft gemaakt. Ik hoorde dat u ook bijpassende armbanden verkoopt?”

Sophie sprong snel tussen haar vader en de klanten in en toonde een selectie armbanden.

“Wat is dit?” vroeg haar vader verontwaardigd.

Sophie, die net zo bedreven was in het verdraaien van haar woorden als haar stoffen, wist zonder ook maar iets van haar plan te laten doorschemeren haar vader af te wimpelen. 

Sophie stopte zorgvuldig de warme kledingstukken, speciaal gemaakt voor Tristan, in haar rugzak. Hoewel het maar een kleinigheidje was, moest ze toegeven dat ze hier stiekem het meest naar uitkeek. Haar maag draaide zich om van de zenuwen. Nog één straat verder. En daar zag ze hem al zitten, met gesloten ogen, leunend tegen zijn kar. 

Ze naderde stilletjes, zijn rustige ademhaling voelbaar op haar huid. Hij rook naar chocolaatjes. Bij het openspringen van zijn ogen deinsde Sophie achteruit. Hoewel ze vaak magiërs te slim af was, had Tristans blik de kracht om haar onmiddellijk te bevriezen.

“Hier zijn je munten,” bracht ze gespannen uit.

“Ah, dankjewel… denk ik,” zei hij, met een teleurgestelde toon in zijn stem. Voor het eerst zag ze bij hem een vleugje onzekerheid. Zonder de munten te tellen, stond hij op en pakte een stapel strakke rollen draad die hij voor haar had meegenomen.

“Deze dingen waren behoorlijk lastig om te krijgen.”

Voordat hij verder kon praten, gooide Sophie abrupt haar zware rugzak naar hem toe, die met een klap tegen zijn maag kwam.

“Waar is dit goed voor?” proestte Tristan uit, terwijl hij het gevoel had dat het laatste beetje lucht uit zijn longen werd geperst. 

“Een kleinigheidje,” zei Sophie zachtjes, haar duimen draaiende.

Zijn handen trokken snel de rugzak open waarin de warme winterkleding zat. Sophie slikte nerveus bij het zien van Tristan die iets te gretig zijn versleten jas uittrok en zijn bleke huid onthulde. Hij trok meteen de trui, wanten, en muts aan en staarde naar het resultaat in pure verbazing. Daarna wierp hij alsnog een blik in het geldbuideltje. 

“Sophie, dit is veel te veel!”

Met alles wat op het punt stond te gebeuren, wist Sophie niet of ze ooit nog zo’n kans zou krijgen. Ze verzamelde al haar moed, stapte naar voren, en drukte een kus op zijn wang.

“Doei!” zei ze snel, voordat hij iets kon antwoorden, en vluchtte weg met de gekregen rollen onder haar arm.

Haar hart bonsde hevig, haar hele lichaam trilde van emoties. Pas op het moment dat ze zich herinnerde wat haar nog te doen stond, kon ze zich weer concentreren. 

Met het nieuwe draad ging ze direct aan de slag. Overdag werkte ze vol overgave aan haar creatie, en in de stilte van de nacht oefende ze haar magie. Ze bracht de draden samen met zorg, zodat hun kleuren en texturen perfect samensmolten tot iets wat al snel de vorm kreeg van een sleep aan de achterkant van een trouwjurk. Met gouden ringetjes en subtiele accenten werd het geheel verfraaid. Het resultaat was verbluffend: een jurk die zowel functioneel als betoverend was, doordrenkt met alle verkregen magie. Gehuld in haar meesterwerk zat Sophie op het puntje van haar bed, haar hart bonzend in het ritme van de naderende voetstappen. Zoals verwacht, weerklonk het zware gebonk, gevolgd door het openen van de deur. Haar nietsvermoedende vader was al eerder weggeroepen, en met de explosieve aard van haar moeder en alles wat Sophie had gedaan, wist ze dat haar tijd snel zou komen. Volledig kalm en beheerst daalde ze de trap af, haar lange jurk vloeiend achter zich aan. Ze maakte een hoffelijke buiging naar de commandant, die even zichtbaar zijn houding verloor, voordat hij haar op scherpe toon beval om direct mee te komen.

Onder begeleiding van twee wachters, die haar stevig onder haar armen vasthielden, werd Sophie door de straten van de stad gevoerd. Met de ondergaande zon strekte de schaduwen van de hoge gebouwen zich uit en maakten de sfeer duister. Dit pad leidde naar het hart van de stad, waar het kasteel van haar moeder boven alles uittorende. Een imposant bouwwerk waar de meest magische en invloedrijkste figuur van het rijk heerste.

De commandant liep voorop, zijn kin hoog geheven. Achter de deuren onthulde zich een metershoog plafond vol kandelaars. Een marmeren pad leidde haar naar voren, omringd door nieuwsgierige toeschouwers aan beide zijden. Magiërs en burgers hadden zich verzameld om het spektakel te aanschouwen. Met een hoffelijke buiging lieten de wachters Sophie alleen in het midden van de zaal. De deur sloot met een dreun achter haar, alsof het kasteel al een vonnis had uitgesproken.

“Heb je enig idee waarom jij hier voor mij staat?” galmde een stem vanaf de achterkant van de ruimte. “Een verzonnen ranglijst en misbruik van mijn naam als grootmeesteres!” Ze herkende de stem onmiddellijk: haar moeder, op een verhoogde troon, keek minachtend neer op de aanwezigen. Het geroezemoes onder de toeschouwers nam toe.

“Was het niet waar dat het atelier werd gesteund door de grootmeesteres?”

“Dat zou toch niet… Dat is een doodvonnis.”

“Als het allemaal niet waar was, waar waren dan die armbanden goed voor? En wat betekent dat voor mijn ranking?”

“Ik denk eerder dat ze het deed om haar geld terug te krijgen.”

Sophie voelde de ogen van de menigte op haar gericht.

“In geen jaren heeft iemand het lef gehad om mijn naam zo door het slijk te halen,” vervolgde haar moeder, die opstond uit haar troon. “Al helemaal niet zo’n magieloze nietsnut als jij!” zei ze spottend en grijzend, ervan overtuigd dat haar dochter geen greintje kracht bezat.

De omstanders deinsden achteruit toen Sophie haar hand uitstak. Ze knipte met haar vingers, maar door de nieuwe handschoenen lukte het niet goed. Ze waren te groot. Een bescheiden vonkje knisperde tussen haar vingers, wat niet meer dan wat spottend gelach uitlokte. Haar moeder bleef echter strak kijken, haar lippen stijf op elkaar gedrukt. Hoe klein het vonkje ook was, haar ogen boorden zich door Sophie heen. Ze wist zeker dat haar dochter magie-loos was, zoals ze altijd had gedacht.

“Niet meer dan bedrog! Ze houdt ons voor de gek!” schreeuwde haar moeder. De wachters stormden direct op haar af. Zonder aarzeling sloeg Sophie haar handen tegen elkaar. Een enorme hoeveelheid statische energie vulde de lucht, zichtbaar en voelbaar. Een uitbarsting van magie vulde de ruimte, zo krachtig dat de wachters moesten springen om niet geraakt te worden. De explosie was veel sterker dan ze had bedoeld. Haar moeder nagelde zich terug in haar troon toen er vlak boven haar hoofd een krachtige donderslag insloeg, die de hele achterwand van het gebouw verpulverde. Bij het zien van de totale verbijstering op het gezicht van haar moeder, was het Sophie die begon te grijnzen. 

De plek waar grote glas-in-loodramen hadden gehangen, was nu bedekt met een berg scherven. De muurversieringen, standbeelden, en kunstwerken waren verbrijzeld of verkoold door het web van elektriciteit dat door de ruimte sneed. De menigte om Sophie heen lachte niet meer. Ze knielden voor haar neer, alsof een lang vermiste koningin eindelijk de troon van haar moeder kwam opeisen.

Bij de uitbarsting van magie waren Sophies handschoenen letterlijk verkoold en in stof opgegaan. Ondanks haar pogingen om haar handen snel te verbergen, was de waarheid voor haar vader, die alles vanuit de menigte had gezien, duidelijk. Haar handen en die bijzondere jurk lieten geen twijfel over: niemand anders dan zijn eigen dochter kon zo’n meesterwerk hebben gemaakt. Hij probeerde naar haar toe te rennen, maar de kruisende speren van de wachters blokkeerden zijn weg. Op het moment dat hij weer naar zijn plaats werd geduwd, zag hij Sophie oog in oog staan met haar moeder, zijn ex-vrouw.

De starre blik op haar moeders gezicht veranderde plotseling toen Sophie haar omhelsde, warmer en liefdevoller dan verwacht. Wat ongemakkelijk beantwoordde haar moeder de omhelzing door haar armen wat onhandig op Sophies rug te kloppen. 

Sophies kleding begon te gloeien met een donkerblauwe gloed, terwijl magie als golven door haar mantel en jurk stroomde. Niemand in de zaal kon begrijpen wat er gebeurde of besefte dat deze mysterieuze vreemdeling al die tijd haar dochter was. Was dit een aanval of een magisch spektakel? Wat het ook was, iedereen keek vol bewondering toe. Kleine vonken knetterden in alle richtingen en verspreidden zich door de ruimte. De gouden ringen en versieringen in Sophies jurk begonnen te gloeien en leken zich samen met de stof op te laden, met alle magie van haar moeder.

Sophie zette haar omhelzing steeds iets steviger aan, net zoals ze bij Lucas had gedaan. Haar moeder kwijnde langzaam weg in haar armen. Pas nadat alle straaltjes magie volledig in Sophies jurk waren gezogen, fluisterde ze zachtjes in het oor van haar moeder: “Nu zijn we eindelijk gelijk. Binnenkort kunnen we als familie weer samen zijn.”

-Einde-

Klaar voor meer?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg direct toegang tot twee bonusverhalen op deze site!

Close-up photograph of a vintage white quill pen resting diagonally on an aged, detailed treasure map, with two glass ink bottles in the background.